Mariska’s musical


‘Het lijkt me het beste om die hele musical maar af te gelasten,’ zei meester Hans, de directeur van ‘PCB De Wijngaard’. ‘Je hebt gezien hoe de groep reageerde.’
Niels, de jonge stagiair, zuchtte diep. ‘Ja, ze zijn er kapot van.’
‘Wij ook, jongen. Mariska komt voorlopig niet terug. Áls ze ooit terug komt. Het is verschrikkelijk.’
Zwijgend liepen ze door de gemeenschapsruimte.
‘Zeg Niels, zou jij met je studiebegeleider kunnen regelen dat ze je stage tot aan de kerstvakantie door laat lopen? Je doet het goed. De kinderen kennen je. En je draait de groep al een poosje alleen. Waar nodig kan ik bijspringen.’
Niels wilde instemmen, maar zijn oog viel op een jongen die gehurkt achter de kapstok zat. Hij hief zijn hand. ‘Sorry, ik moet even…’ Hij liep ernaar toe.
‘Hé?’
De jongen keek op. Zijn wangen waren nat van tranen.
‘Hé, knul.’ Niels liet zich op zijn knie zakken. Meester Hans leek vergeten. ‘Ben je zo van streek?’
‘Gaat juf dood, meester?’
Niels sloeg zijn arm om de jongen heen. ‘Dat weet ik niet. Misschien wel. Ik hoop echt dat ze beter wordt. Maar ze is heel erg ziek.’
‘En de musical, meester?’
‘Die gaat niet door. Het leek meester Hans geen goed idee feest te vieren nu het met juf zo slecht gaat.’
Niels slikte zwaar toen de jongen zich stevig tegen hem aandrukte. ‘Maar meester …’ stamelde het kind. De rest van zijn woorden ging verloren in de wol van Niels wintertrui.
‘We moeten er maar het beste van hopen, knul.’ Hij aaide jongen over zijn bol. ‘We moeten er maar het beste van hopen.’

In de uiterste hoek van het schoolplein hing dag na dag groep 8 lusteloos bij elkaar. In gedachten verzonken blies Niels zijn warme adem over zijn koude vingers. Voor de kinderen probeerde hij opgewekt te zijn, maar de musical zat hem danig dwars. Mariska schreef voor elk kind uit haar groep een eigen rol. Ook componeerde zij de prachtige liedjes. Hij baalde ervan dat de directeur dat zo makkelijk aan de kant had geschoven. Alsof Mariska er niet toe deed! De versierde boom, de liedjes … Hij zuchtte diep. Niels zou Kerst dit jaar veel liever overslaan. De verslagenheid van de aan hem toevertrouwde groep ging hem aan het hart. Eigenlijk voelde hij zich net zo verloren als zij. Hij zuchtte opnieuw.
Maar wat als hij …? Hij schudde zijn hoofd. Nee, dat kan niet. Of toch wel? Waarom eigenlijk niet? Hij rechtte zijn rug en klapte in zijn handen. Energiek dirigeerde hij zijn klas de school in.

‘Jongens, ik wil dat jullie iets voor jezelf gaan doen. Ik moet even naar meester Hans en als het goed is daarna een paar belangrijke telefoontjes plegen. Ik wens daarbij niet, ik herhaal níet, gestoord te worden. Hebben we een afspraak?’ De groep murmelde wat. ‘Hallo, ik vroeg jullie iets!’ Verschrikt keken ze op. ‘Hebben wij een afspraak?’ herhaalde hij zijn vraag, veel luider nu. Zo kenden ze hem niet. Het meerstemmige ‘Ja, meester’ klonk bedremmeld. Niels liep naar de gang en liet de deur wijd open staan. Groep 8 was muisstil terwijl Niels zijn plannen smeedde.

Er wordt geklapt, gejuicht en gefloten als de laatste klanken weggestorven zijn en de kinderen een diepe buiging maken. Niels beklimt het met dennengroen gedecoreerde podium en wacht tot de storm van geluid bedaart.
‘Dank u wel! Wat een geweldige avond. Graag nodig ik u uit om straks samen onder de kerstboom een drankje te drinken. Maar niet voordat ik een paar woorden van dank heb gesproken. Allereerst dokter Hiemstra,’ zegt hij terwijl hij naar de in een witte jas gestoken man naast het toneel knikt. ‘Hij hoefde er nauwelijks over na te denken. Vrijwel direct nadat ik hem over onze juf vertelde, verleende hij alle medewerking. Fijn dat u toch even tijd vond om te komen kijken!’
Er wordt geapplaudisseerd en Niels wendt zich tot een groep jonge mensen. ‘Mijn medestudenten participeerden volop in wat wij al snel ‘Mariska’s musical’ noemden. Het podium, de verlichting, de geluidsinstallatie, niets was te veel gevraagd. Werkelijk alles verhuisde van de Pabo naar hier.’ Niels heft bezwerend zijn handen als er opnieuw geklapt dreigt te worden. ‘Jullie waren verhuizers, toneelbouwers, elektriciens, schoonmakers, chauffeurs en wat al niet! Jullie zijn straks beslist de beste meesters en juffen die er bestaan.’ De kinderen joelen blij als Niels een aantal van zijn vrienden de hand schudt.
‘En dan nu jullie!’ Uitnodigend spreidt hij zijn armen. Glimmend van trots dromt groep 8 om hem heen. ‘Zo geweldig! Écht jongens en meisjes, ik heb nog nooit zo’n mooie kerstmusical gezien. Wat deden jullie het supergoed. Stuk voor stuk. Vooruit, ik geef het toe, het scheelde niks, jullie maakten me bijna aan het huilen.’ Stralend lachen ze meester uit.
‘Maar deze avond zou niet hebben bestaan zonder juf Mariska. Zo’n mooie musical was er zonder haar niet geweest.’ Zijn stem breekt.

Het kost Niels enkele ogenblikken zichzelf weer onder controle te krijgen. Er wordt opnieuw geklapt als hij het toneel afstapt en de feestelijk versierde hal van het ziekenhuis inloopt. ‘Als Mozes niet naar de berg komt, dan moet de berg maar naar Mozes.’
Het applaus zwelt aan als de vrouw in het middelste bed haar blauwdooraderde hand naar hem uitstrekt. Haar witte gezicht lijkt haast licht te geven als Niels zich voorover buigt en vlinderzacht haar wang kust. ‘Gelukkig Kerstfeest, lieve juf. Nu gauw beter worden, hoor. We kunnen echt niet zonder je.’
Mariska glimlacht. Juichend stuift groep 8 op haar af.


Gepubliceerd in ‘Volg de sterren’ PKN 2015
Voor meer informatie klik

Auteur van verhalen die verschil maken