Met alle respect

11986937_416371858561162_9026505311789503585_n

‘Met alle respect, dokter, maar weet u, niet ík zou hier op uw sofa moeten liggen, maar mijn man. U knikt wel, maar daar hoef ik bij hem toch niet mee aan te komen? Hij is immers geweldig, zonder twijfel de grootste denker van de lage landen. Bewierookt! Hoe hilarisch: onlangs zelfs uitgeroepen tot de best geklede auteur van ons taalgebied. ’t Mocht wat! Wie denkt u wie er voor zijn kleding zorgt? Precies!
Geen mens weet hoe hij werkelijk is. De afgelopen weken heeft hij alleen maar in zijn studeerkamer gezeten. Dag in dag uit. Somber turend door het raam. Geëtaleerd aan de crème de la crème van Amsterdam, zwelgend in elitaire correctheid. In die houding van hem: Zijn hand onder zijn hoofd. Starend in het niets wrijvend over zijn markante kin. Geloof me, zó gekunsteld, Rodins Penseur verbleekt erbij.
Mijn aanwezigheid verdraagt hij niet als hij zo’n periode van neerslachtigheid heeft, dat begrijpt u wel. Hij verafschuwt mijn gebrek aan ‘innerlijke controle’, zoals hij het bestempelt. Vroeger noemde hij het passie, weet u dat? Het was mijn onweerstaanbare charme. Zijn woorden! En nu … nu stuurt hij me naar u. En ik deed het ook nog. Typisch! Geen ruggengraat. Had ik vroeger wel. Echt.

Waarom fronst u, dokter? Heb ik u dat soms al verteld? Al twee keer, zegt u? Wonderlijk. Maar goed, hij schreef al die tijd geen letter, weet u. Tussen ons gezegd en gezwegen, dokter, maar dát weet ík dan weer. Deze lawaaipapegaai redigeert al tien jaar zijn werk. Zonder mijn vermaledijde hyperfocus zou de elite van de grachtengordel nooit een woord van zijn oeuvre begrepen hebben. Maar uh… met alle respect, u kijkt zo raadselachtig, dokter. Praat ik weer te snel?’

‘Dokter, weet u dat het hier wat muf ruikt? Even flink luchten, zou ik zeggen. Wat frisse wind kan geen kwaad, lijkt me. Vindt u het erg als ik rechtop kom zitten? Nee? Veel beter zo.’

‘Ik weet niet wat ik slechter verdraag. Die totale lethargie of zo onstuimig als hij nu is. Hij heeft het op zijn heupen. Zijn studeerkamer ligt volledig overhoop. Hij zat niet goed zoals hij zat, snapt u? Ineens wilde hij met zijn rug naar de muur. U kunt nu wel zo sceptisch kijken, dokter, u denkt vast dat ik overal iets achter zoek, maar laat mij u zijn motivatie vertellen. Hij wil namelijk wél naar buiten kunnen kijken om Gods schepping te kunnen zien en voeling met het dagelijkse leven te kunnen houden, maar zijn kamer moet hem plots als een veilige baarmoeder omsluiten. Dat zijn toch bijzondere gedachten, vindt u niet?
Ah, u begrijpt ze wél? Aan uw gezicht te zien heeft u er zelfs al een etiketje voor gevonden. U zou er een flinke kluif aan hebben. Niet? Gelooft u me nou maar, mijn man zou hier moeten liggen. Volgens mij ben ik eigenlijk best in orde.’

‘Wie denkt u trouwens wie die huiselijke migratie mocht uitvoeren? Juist! Ik, zei de gek. Ik stelde voor om een nieuw bureau te kopen. Wat er nu staat is een familiestuk. Van zijn kant, ja. Hoe ze dat lompe ding ooit boven hebben gekregen, is me een raadsel. Maar hij hoorde mijn protest niet eens.
‘Dit geweldige erfstuk zou excelleren op parket,’ zei hij doodleuk. ‘Visgraat. Bies en band!’
Waar haalt hij het vandaan? Ik wil ons huis juist wat moderner ingericht. Van mij mag dat kreng de haard in. Fossiele troep!
Weet u dat u op hem lijkt zoals u daar staat nu? Zo diepzinnig starend over de gracht, dat is ook een van zíjn favoriete poses. De handen achter de rug gevouwen, peinzend kauwend op een tandenstoker, opdat het klootjesvolk nooit vergeten zal dat hij zonder te morren de kracht opbracht te stoppen. Zo sneu. Rookt u ook, dokter? Ik wel, mij lukt ermee ophouden niet.’

‘Trouwens dokter, ze betalen er maar een paar. De verzekering, bedoel ik, dit gedoetje. Sorry dat ik zo van de hak op de tak spring. Maar iemand moet toch de touwtjes in handen houden. De hoeveelste keer is het nu? Weet u trouwens dat uw declaraties een stuk boven de norm liggen? Vast wel, denk ik, maar ik dacht, ik zeg het tóch even.
Met alle respect, ik laat u alleen. Het is mooi geweest. Ik ben misschien druk, maar niet gestoord. Regelmatig een uurtje flink rennen lijkt me beter voor mijn geestelijk welzijn. Weet u wat? Ik zal aan mijn man doorgeven dat u op korte termijn ruimte voor hem heeft.
Goedemiddag, dokter.’

 

 

3 gedachten over “Met alle respect”

  1. Heerlijk zoals ze haar echtgenoot haarfijn fileert. Ik denk dat de psych binnen het aantal te vergoeden sessies wel met hem klaar is 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur van verhalen die verschil maken