Zwieren

schermafbeelding-2016-09-15-om-15-20-34

‘Hé, hé,’ hoor ik achter me als ik de schakelaar van de buitenverlichting omzet. ‘Je bent iets te snel, jongeman.’
Ik kijk om. De oude man in de hoek van het terras glimlacht me vriendelijk toe. Hij ziet bleek van de kou. ‘Mijn vrouw is er nog niet.’
Ik draai me om en overzie de kleine kunstijsbaan. Ik zie niemand meer. ‘Uw vrouw?’
‘Ja, ze schaatst zo graag nog. Ik ben er te oud voor. Vroeger deed ik het graag. Gekruiste armen, haar hoge meisjeslach … Samen zwieren was zo heerlijk.’ Weer die milde lach. ‘Maar ik vind het niet erg, hoor. Ik wacht wel. Met haar voetenwarmertjes.’ Hij wijst naar de halfhoge laarsjes voor hem op tafel. ‘Daar kan ze zo lekker in opwarmen. Ze is vast steenkoud straks.’
‘Waar is ze nu dan?’ vraag ik.
Hij trekt zijn sjaal wat strakker om zijn hals. ‘Ze komt zo wel. De meesten zijn al naar huis, toch? Ze krijgt vast haar veters weer niet los. Ze zullen wel in de knoop zitten. Ongeduldig is ze. Altijd al geweest. Sommige dingen veranderen nooit.’ Hij grijnst breed. ‘Weet je dat het al bijna vijftig jaar geleden is dat ik deze laarsjes voor haar kocht? Ik was onder dienst in La Courtine. Mijn soldij stelde weinig voor natuurlijk, maar ik was zo verliefd. Ik dacht dat ik met Frans bont en suède haar hart wel kon veroveren.’ Zacht kreunend komt hij overeind. ‘En dat was ook zo.’ Hij knipoogt.
‘Wilt u misschien bij de kachel even wachten? U zult het wel koud hebben.’
Hij knikt me toe als ik de laarsjes pak en hem naar binnen begeleid. Zijn breekbare, oude lichaam leunt bevend op mijn arm.
‘Gaat u maar even zitten.’
‘Dit is fijn,’ zegt hij en zucht. ‘Wil jij even kijken waar mijn Joske is? Of zal ik zelf even …?’
Als hij weer overeind wil komen, duw ik hem zachtjes terug in de stoel.
‘Jazeker, maar eerst maak ik iets warms te drinken voor u. Lust u chocolademelk?’
‘O, heerlijk. Dat hoort er toch echt bij, hè? Bij schaatsen.’
‘Waar woont u, meneer?’ vraag ik als ik hem de beker aanreik. ‘In het verzorgingshuis hier?’ Genietend neemt hij kleine slokjes. Hij lijkt mijn vraag niet te horen. ‘Zal ik u zo thuis brengen, meneer?’
Traag heft hij zijn hoofd. ‘Heb jij de laarsjes? Ze is vast al thuis. Uitgezwierd. Denk je niet, jongen?’

 

2e prijs  Winterwedstrijd ‘Heel Nederland Schrijft’  2016

2e prijs Schrijfwedstrijd ‘Cacao aan de Kade’ 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur van verhalen die verschil maken