TRAPKAR

Onze oudste was een wildebras. Gehecht aan zijn vrijheid wilde hij nooit in de buggy en aan de hand lopen was een straf. Ook het verplicht plaatsnemen in het zitje van het boodschappenwagentje ervoer hij als een ernstige belemmering van zijn bewegingsvrijheid. Niet zomaar was “Zelluf!” zijn eerste woordje.

Op een dag stond ik mijn boodschappen op de band te laden en de oervervelende kleine vent trapte tegen het karretje. Boem … boem … boem … wat ik ook zei, hij gíng maar door. Achter mij sloot een boomlange negroïde man aan. Nu heb je huidstinten in vele variaties, maar hij was werkelijk gitzwart. Ook zijn kar kreeg zo nu en dan een trap. Hij keek toe, zag mijn stress, knipoogde en vroeg stilzwijgend mijn toestemming. Ik knikte dankbaar.

Traag boog hij zich voorover en bracht zijn gezicht vlak voor de snoet van de wildebras. Met een donkere stem benadrukte hij iedere lettergreep: “Wat ben jij een ver-vé-lend man-ne-tje.”

Ik had er geen kind meer aan.

WEEMOEDSLAANTJE

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur van verhalen die verschil maken