Een psychologische roman over zelfbedrog
Er werd me vaak gevraagd wanneer ik eens een ‘echt boek’ ging schrijven. Nonsens, dacht ik dan. Verhalen, kort of lang, zijn kleine universums die net zoveel kunnen vertellen als een roman. Ik schreef al 5 ‘echte’ boeken.
Denk niet dat een roman het ‘echte’ werk is, het moeilijkere, het betere. Een roman is een jaar hard werken. Bundels hebben daar vaak meer tijd voor nodig. Elk verhaal moet in een paar bladzijden waarmaken waar een roman vele pagina’s de tijd voor krijgt. Geen van beide is makkelijk. Het zijn verschillende takken van dezelfde sport.
Toch kriebelde het wel een beetje. Blijkbaar hard genoeg.
Lexy, Freek, Sándor, Marius, Alec en Geraldine … Ik ken ze door en door. Ze ontstonden niet uit het niets. In mijn verhalen verkende ik hun stemmen al, voordat ze hun definitieve vorm en naam kregen in Scheurvrouw.
– In Pandora vertellen in het mij zo dierbare Smeltwater twee geliefden dezelfde geschiedenis, maar een compleet ander verhaal. En de vrouw in Als motten om een vlam maakt haar gevoelens ondergeschikt aan zijn geweten. Net zoals in het aangrijpende Tot de maan, waarin mijn hoofdpersoon zich realiseert dat zijn mooie woorden nooit alleen voor haar bestemd waren. Een grote liefde heeft vaak wel oren naar de zonde, maar wil zijn veilige haven zelden kwijt, leerde ik. In deze verhalen ontstonden Lexy en Sándor.
– Lexy’s man Freek kreeg zijn definitieve gezicht in Hakken in het zand, dat lang geleden al in Kiezels verscheen. Daar ziet een man een stel en vraagt zich af wanneer hij is gestopt om zo naar zijn vrouw te kijken.
– Hun zoon Alec kwam haast vanzelf uit hen voort en werd volwassen naarmate mijn boek omvangrijker werd.
– In Tussen de regels ontstond Geraldine. Ze strijkt, letterlijk en figuurlijk, alles glad. Zelfs de leugens van haar man.
– Marius is een geval apart. Over hem schreef ik nooit eerder een verhaal. Ik wist zomaar ineens hoe hij deed en dacht. Marius is het geweten van mijn roman. Ik ben dol op hem.
Mijn verhalen waren karakterstudies, weet ik nu. En zijn intense levensgebeurtenissen niet de beste manier om iemand te leren kennen voordat je hem of haar een roman instuurt? Pas na 12 jaar verhalen schrijven bleek de tijd rijp voor SCHEURVROUW.
Over de titel bestond weinig twijfel. Want zo heten ze, Lexy en haar keramische beelden.
Wie mijn werk kent, weet dat ik sober schrijf. Korte zinnen. Weinig franje. ‘Je schrijft met tanden,’ zei een proeflezer ooit tegen me. Ik kan me daar goed in vinden.
Toch bleek ik, toen ik eindelijk zover was, tot mijn verrassing aan één boek niet genoeg te hebben. Het werd een diptiek, zo heet dat, leerde ik later. Net als schilderijen blijken ook boeken uit twee complementaire delen te kunnen bestaan. Al kan een uitgever er natuurlijk ook voor kiezen om er een lekkere dikke pil met kleine lettertjes van te maken. We gaan het meemaken! Daar ben ik zeker van.
Het schrijven van Scheurvrouw duurde lang, maar zo werk ik. Niet snel. Zorgvuldig. Elk hoofdstuk is tientallen keren aangepast voor het stond. Zo gaat dat ook met mijn verhalen, net zo lang tot het klopt. Altijd.
Daarnaast moest ik me het vak van Lexy eigen maken. Ik heb er veel over geleerd en oprechte bewondering voor haar kunst gekregen.
WAAR HET OVER GAAT
Op de dag van haar mans crematie vraagt keramiste Lexy van den Oever haar zoon om iemand te bellen als haar iets overkomt. Met die ene zin legt ze een geheim bloot, en opent zich de vraag die deze roman drijft: hoe betrouwbaar is het verhaal dat een vrouw zichzelf over haar eigen leven vertelt?
Dertig jaar lang noemde Lexy lafheid principe, en zelfverloochening liefde. Pas wanneer ze de scheuren in haar eigen geschiedenis ziet, beseft ze wat het zelfbedrog heeft gekost, en wie daardoor over het hoofd werd gezien.
Scheurvrouw is een psychologische literaire roman van circa 145.000 woorden, verteld in twee boeken van elk drie delen. De titels van die delen volgen de fasen van het keramiekproces waarin Lexy haar beelden maakt. Het eerste boek opent bij Craquelé en vertelt via Klei en Leerhard hoe het begon. Het tweede voert via Droogspanning en Biscuit naar Bladgoud, dat oppakt waar Craquelé eindigde.