Grenzeloos

photo

 

Een wrange glimlach laat mijn lippen krullen als ik terugdenkt aan vanmorgen.
‘Verbaast het je echt, dat het me raakt? Je denkt dat een oncoloog doof en blind is? Geloof je werkelijk dat het went om aan een prachtige jonge vrouw te vertellen dat er geen enkele hoop meer voor haar is?’
Natuurlijk went dat niet. Zoiets geloof je toch niet. Zij geloofde het ook niet. De laatste zware kuur niet het beoogde effect gehad. Al merk ik er nog niet veel van, de tumor is flink gegroeid en de door mij zo gevreesde ziekteverschijnselen zijn nu nog beperkt, maar zullen ongetwijfeld fors toenemen. Maar voorlopig doe ik alsof er niets aan de hand is. Boodschappen doen, de winkel is vlak bij. Naar de kroeg, ook net om de hoek.
En blijven flirten! Met die knappe vent bij dat kraampje van…, wat staat er nou op? Ik kan het niet goed lezen. Hij denkt vast dat ik naar hem lach. Onwillekeurig wordt mijn glimlach breder als ik ziet dat hij me nakijkt als ik de supermarkt in loop. Vijf, zes maanden nog… Ik hef mijn kin. Terminaal of niet, ik mag er best nog wezen.

Wat heerlijk, denk ik, als ik een halve liter chocolade-ijs in mijn mandje leg. Ik zal nooit meer op de calorieën hoeven letten. Grijnzend pak ik een bekertje slagroom uit de koeling. En ik hoef geen fruit meer te eten. Of gezonde vis. Het maakt niets uit. Vanavond Italiaans? Met veel Parmezaan? Lekker! Ik zal ook de notaris eens moeten bellen. Hij mekkert voortdurend en ik zal het toch een keertje moeten regelen. Mijn ouders lieten me een aanzienlijk bedrag na. Ik heb kind noch kraai, geen erfgenamen dus, maar ik vind het niet nodig dat de staat hun zuurverdiende centjes krijgt. Misschien weet de notaris een mooie bestemming. Niet te pretentieus, maar iets waar aardige mensen wat voor een ander betekenen. Liefde en warmte.
Als ik naar buiten loopt, zakt de grond onder mijn voeten weg.

‘Ze komt al weer bij.’
Duizelig nog kijk ik op en zie recht boven me twee helderblauwe ogen.
‘Wat was dat nou? Ben je ziek? Ik ben arts. Kan ik iets voor je doen?’
Ik moet even nadenken. Ben ik out gegaan? Hij is toch die man van dat kraampje? Onhandig probeer ik overeind te komen.
‘Doe maar rustig aan’, zegt hij vriendelijk, maar ik schaam me. Er staan al wat ramptoeristen te kijken.
‘Het gaat wel weer. Ik heb vast te weinig gegeten vanmorgen.’
‘En nu ook nog geen dessert vanavond’, grijnst hij.
De hardplastic verpakking is gescheurd. Chocolade-ijs smelt op straat.
‘Het gaat wel weer. Ik woon dichtbij. Dank je wel.’
‘Niets daarvan. Ik breng je thuis.’
Protesteren is zinloos. Met aan de ene hand mijn fiets en de andere steunend onder mijn elleboog loopt hij met me mee. Hij blijft naast me staan als ik mijn sleutel pak en de deur open doe.

‘Ik ga mee naar boven, zegt hij als hij de steile trap ziet.
Zijn warme ogen stromen over van oprechte bezorgdheid. Ik slik.
‘Ik smeer een boterham voor je. Je lijnt zeker? Als iemand dat niet nodig heeft…’

Eenmaal boven duwt hij me vastberaden op de bank en trekt een keukenkastje open. Goed gegokt, daar ligt het brood.
‘Wat wil je er op?’ vraagt hij terwijl hij de deur van de koelkast opent. ‘Kaas?’
Ik knik en blijft naar hem staren. Ik vind hem geweldig, zonder aarzeling laat hij alles in de steek om mij naar huis te brengen. Hoe bijzonder. En wat is hij aantrekkelijk!
‘Wil je er iets bij drinken? Thee?’
Zonder antwoord af te wachten vult hij de waterkoker.
‘Bekers? Bordjes?’ vraagt hij en glimlachend wijs ik naar het kastje in de hoek.
En daar zitten we dan. Naast elkaar op de bank. Mijn hart bonst. Een haperende zcht ontsnapt aan mijn lippen.
‘Eerst eten’, onderbreekt hij me als ik hem naar zijn naam wil vragen.
Braaf neem ik een hap van mijn boterham. Ik smelt volledig als hij naar mijn glimlacht. Lekkere timing, denk ik. Ontmoet ik nou op de dag van mijn doodvonnis de liefde van mijn leven? Wat een waanzin. Maar het is nog niet zo ver. Ik leef toch nog!

‘Je bent lief’, zeg ik zacht. ’Ben je vrijgezel?’
Hij knikt en is minstens zo verbaasd als ik over die wel erg directe vraag.
‘Ja, jij ook?’
Ik antwoord niet, maar zet mijn bordje op tafel en buig me naar hem toe.
‘Van een kus zou ik vast meer opknappen dan van een boterham.’
‘Dat zou zomaar kunnen.’
Weer die hartverwarmende glimlach als hij mijn gezicht tussen zijn handen neemt. Onze lippen maken kennis, eerst voorzichtig nog. Dan, als een donderslag bij heldere hemel laait de hartstocht op. Wat overkomt me, denk ik nog. Dit is me nog nooit gebeurd. Ik weet niet eens hoe hij heet. Maar ik werk hartstochtelijk mee als hij mijn shirt over mijn hoofd trekt. We zoenen, fluisteren lieve woordjes en kleden elkaar uit.
‘Hoe heet je?’ vraagt hij, maar smoort mijn antwoord in een kus.

Alles aan hem voelt vertrouwd, perfect passend bij mij. Zo volmaakt voelde het niet eerder. Mijn blik valt op de grote letters op de achterkant als ik zijn polo op de grond gooi.
‘Artsen zonder Grenzen’, fluister ik onwillekeurig.
Hij schiet overeind.
‘Ach, nee toch! Helemaal vergeten. Daar werk ik voor. Ik zou vanmiddag de kraam bemannen, maar die ben ik door jou toch helemaal vergeten. Ik moet er echt snel heen. Alles moet nog worden opgeruimd. Straks sluit de supermarkt.’
Hij graait gehaast naar zijn kleren.
‘Kom je daarna bij me terug? Dan maak ik spaghetti.’
‘Je bent bijzonder, heel bijzonder. Ik wil je heel graag beter leren kennen.’
Weer die glimlach. Een haastige kus nog.
Als mijn ‘arts zonder grenzen’ vertrokken is, pak ik mijn telefoon en bel de notaris.
‘Goedemiddag, ik wil graag mijn nalatenschap regelen. Ik heb mijn keuze gemaakt.’
Een glimlach speelt om mijn lippen. ‘Een goed doel? Dat dacht ik wel, ja. ‘

 

Een gedachte over “Grenzeloos”

  1. Veel mensen geven wel eens iets aan het goede doel. Ze doen iets in de collectebus of maken geld over naar aanleiding van een actie op de televisie. Anderen hebben een band met een goed doel en steunen dat structureel. Steeds meer mensen besluiten daarnaast ook (een deel van) hun nalatenschap te schenken aan een goed doel. Omdat ze het belangrijk vinden dat er ook na hun overlijden wordt doorgewerkt aan het ideaal dat ze hebben. Zo dragen ze ook na hun overlijden bij aan een betere wereld. Nalaten aan een goed doel kan alleen via een testament dat door een notaris is opgemaakt. Een codicil (eigen handgeschreven verklaring) is niet voldoende. Twee manieren Er bestaan twee manieren om na te laten aan een goed doel:
    1) het goede doel is erfgenaam Als (mede)erfgenaam heeft het goede doel alleen of samen met andere erfgenamen recht op de hele nalatenschap. Het goede doel en eventuele mede-erfgenamen erven dan alle baten en schulden van de nalatenschap. In de praktijk zal een goed doel een nalatenschap altijd ‘beneficiair’ aanvaarden. Door deze manier van aanvaarden is het goede doel niet met zijn eigen vermogen aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap.
    2) het goede doel krijgt een legaat Een legaat kan een geldbedrag zijn, maar ook een goed (bijvoorbeeld een huis), een effectenportefeuille of een waardevol voorwerp zoals een schilderij. Ook een legaat aan een goed doel moet in een testament worden vastgelegd. In dat geval is het goede doel benoemd als legataris in het testament. Voor een legaat is beneficiaire aanvaarding niet nodig.
    Voor informatie kijk op http://www.goededoelen.nl/nalaten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur van verhalen die verschil maken