Deel 1 uit de serie KOEKOEKSKINDEREN

De waarheid overtreft vaak de stoutste fictie. Dit verhaal is gebaseerd op een werkelijk incident, op beeld vastgelegd in een Nederlandse badplaats. Ik heb de meest grove details weggelaten, maar wat overblijft is pijnlijk genoeg.
Het schrijnendste? De totale onverschilligheid van de jongens zelf. Voor hen zijn de meisjes slechts dingen. Ze stoppen niet omdat het verkeerd is, maar omdat ze honger krijgen of zich vervelen.
Dit vraagt om een eerlijke blik, zonder wegkijken.
Je commentaar is zeer welkom.
(Uitsluitend om de leesbaarheid te vergroten is een toeschouwer toegevoegd.)
MEEUWEN
Zandvoort, zomer 2025
Onderaan de trap staan ze. Vier gasten. Verse Nikes, knalwit. Shirts hangen los over hun schouders, zweet loopt langs hun zij. Ze hangen in een kring, kijken strak. Het stinkt er naar sportdrank en sigaretten. Ze janken, fluiten, roepen. Alsof het strand van hen is. Aarzelend blijf ik staan. Ga ik naar beneden of wacht ik tot ze weg zijn?
‘Bro, chouf – kijk, daar heb je d’r twee,’ zegt de breedste van het stel. Zijn stem knalt door de warme lucht. Hij staat erbij als de leider: de bek. Zo heet dat tegenwoordig toch?
Ze zien de meisjes aankomen. Hun slippers bungelen losjes aan hun vingers. Zweet en zonnebrand laten hun huid glanzen in het felle licht. Hun natte haar kleeft aan hun hals, en fijn zand plakt nog aan hun enkels. Zon en zout hebben de bandjes van hun bikini wit doen uitslaan. Dertien, veertien jaar zijn ze, ouder niet.
‘Ik pak die met die lange benen, Mo,’ zegt zijn maat. Zijn ogen glijden langzaam over haar heen. Hij grijnst dommig, kauwt op een stukje plastic van zijn rietje.
‘Salaam alaikum, schatjes!’ roept Mo. ‘Vrede zij met jullie. Snap je?’ Zijn lach klinkt vals.
Een lange slungel, wat schuchter, heeft zijn telefoon al in zijn hand. Hij richt hem op het blonde meisje, blauwe bikini, zonnebril. Achter haar glinstert de zee. Meeuwen scheren laag. Zoomt hij in? Zal ik ook mijn telefoon pakken? Maar wat als ze dat merken?
De meisjes lopen door. Niet sneller, maar het lachen lijkt hen vergaan. Hun schouders kruipen iets naar voren. Misschien laten ze hen wel gewoon voorbij.
‘Denk jij dat je hier kunt lopen alsof het strand van jou is?’ zegt de vierde, een lelijke dikkerd, tegen de brunette. Hij spreekt traag, minachtend. Zijn blik schuift van haar gezicht naar haar buik, lager. Hij likt zijn lippen.
‘Mzyan, wallah. Mooi, echt waar. Zie je dat, Ilyas?’ Zijn blik is kil. ‘Denkt ze dat ze hier veilig is?’
Ze zwijgt. Ik klem mijn handen om de reling.
‘Kijk nou, doet alsof ze te mooi voor ons is,’ roept Mo. ‘Denkt ze dat ze koningin is?
De meisjes lopen door. De houten trap is breed genoeg, maar lijkt ineens heel smal. De jongens blijven staan. De lucht lijkt te trillen.
‘Welke is de slet? Blond of bruin?’ vraagt Mo.
Mo grijpt de arm van de brunette. Zijn vingers klemmen zich vast. Hij kijkt haar aan alsof ze van hem is.
‘Nou, kleine slet. Wat denk je wel niet, met zo’n kont zo te lopen? Vraag jij het eens, Anouar.’
Haar lippen bewegen. ‘Laat ons met rust,’ fluistert ze. Haar stem is bijna onhoorbaar.
Anouar zet een stap naar voren. Zijn schouder tegen de hare. Dichtbij, dreigend, zonder te schreeuwen.‘Chouf. Hoor nou eens, wat zei je?’
‘Laat ons met rust,’ herhaalt ze. Haar stem trilt.
Mo lacht. ‘Was je vergeten dat Zandvoort van ons is?’ Hij trekt haar naar zich toe, knijpt hard. Haar gebruinde huid wordt bleek.
‘Katbani khfifa daba. Jij weet dat je niks voorstelt? Helemaal niks waard, slet?’ Zijn gezicht is vlakbij het hare. Haar arm verdwijnt achter zijn rug.
‘Lieke!’ roept het blonde meisje zacht. Haar stem schiet omhoog. ‘Lieke, niks zeggen…’
‘A khouya, ze heeft een naam!’ zegt Ilyas grijnzend. ‘Lieke! Liiiieeeke!’ Hij rekt het woord uit alsof hij eraan likt.
‘Lieke met de lekkere kont,’ sneert Mo.
‘Nee, man. Lieke met de lipjes. Kijk hoe ze trilt, wallah.’
Anouar grinnikt. Zijn mond beweegt. Ik hoor “lipjes” en “wallah”.
Lieke draait haar hoofd weg.
Ilyas graait een zak chips uit de tas van het blonde meisje. Hij scheurt hem open en kiepert de inhoud op het zand. Meeuwen duiken er krijsend bovenop. Veren waaien op. Ik haat die rotbeesten.
De jongens lachen als de meisjes verschrikt opzij springen. Mo heft zijn hand. Het is onmiddellijk weer stil.
‘Waarom kom jij hier alleen, hoer?’ zegt hij. Zijn stem is hard, vast. Hij duwt het blonde meisje. Zij kijkt naar de grond. Haar zonnebril glijdt van haar hoofd en valt in het zand.
‘Khassek tkhaf. Je moet bang zijn, snap je?’ zegt Anouar. Hij lacht scheef. ‘Kijk dat gezicht nou. Echt niks durven zeggen.’
Ze probeert langs te lopen, maar Ilyas blokkeert haar.
‘Blijf staan. We zijn nog niet klaar met je.’
Anouar stampt op het zand. Er kraakt wat. ‘Koul chi. Alles is van ons. Alles.’
Ze zwijgt. Haar lippen bewegen niet.
Ik doe een stap naar voren.
Mo draait haar half om, duwt haar weg. Ze struikelt, valt op handen en knieën. Zand kleeft in een dunne laag zweet.
De brunette wil helpen, maar Ilyas steekt zijn hand op. ‘Ma tdirsh. Niet doen. Niemand helpt haar!’
Ik stap weer terug. Er kraakt iets. Had hij mij gezien?
Het meisje zwijgt. Meeuwen krijsen boven hun hoofd, hun schaduwen schieten over de trap.
Mo bukt, zijn rug blokkeert mijn zicht.
‘Kifach, mab9itch safe hna. Hoezo voel je je niet meer veilig? Walahi, echt waar. Jij en je mooie lichaam, dat is van ons.’
Ze trilt. Haar handen graaien in het zand, vingers vol gruis. Ze tast naar haar zonnebril, maar er valt niets meer te redden.
‘Je doet alsof je sterk bent,’ zegt Anouar. ‘Maar wij weten beter.’Soufiane filmt. Het scherm glinstert. Ik zie bloed op haar knie.
‘Bro, dit wordt groot,’ zegt Ilyas.
Mo haalt zijn hand hard door haar haar. Hij rukt, haar nek buigt achterover.
‘3lach jiti wa7dek hna? Waarom ben je alleen gekomen? Wilde je dit?’ Zijn duim knijpt in haar borst.
Ze huilt nu. Zonder geluid. Alleen haar adem die schokt.
‘Heb je geen vader? Heb je geen broer?’ zegt hij.
Hij neemt een pluk haar tussen zijn vingers. ‘Zacht.’
Opnieuw draait ze haar hoofd weg.
‘Niet zo verlegen,’ zegt Anouar. ‘Soufiane filmt je nog steeds.’
‘Niet blijven hangen, man,’ zegt Mo. ‘Kom, rondje lopen, frietje halen.’
Ze draaien zich om en lopen de trap op.
Ja, man,’ zegt Anouar terwijl hij klimt. ‘Geef mij een sigaret, bro.’
Ik hoor hun voeten op de treden. Ze praten over scooters, over een vrouw op de boulevard.
Soufiane stopt de opname. ‘Die upload ik straks.’
De dikke is nu vlakbij. Hij ziet me.
‘Zo, trut, moeten we jou ff filmen, ya?’ Hij duwt me tegen de reling. Ik blijf nauwelijks overeind.
Onderaan de trap helpt de brunette haar vriendin op te staan. Haar zand plakt aan haar knieën. Meeuwen vechten om de chips. Hun gekrijs scheurt door de lucht.
Alsof het strand van hen is.
Meeuwen zijn voor niemand bang.
*******
Deel 2 uit deze serie vind je hier: https://connyhoogendoorn.nl/duiven/
Wil je niets missen?
Tik dan je naam in het venster en ontvang een berichtje bij de volgende aflevering.
*******
Is dit echt gebeurd of verzonnen?
Jazeker. En dit gebeurt iedere dag. En het wordt vol trots op de socials geplaatst.
Ik zie het overal. Hoelang accepteren wij dit nog?
Mijn antwoord op diverse niet-openbare reacties
De afgelopen dagen kreeg ik meerdere vragen en opmerkingen over mijn verhaal Meeuwen. Mensen vroegen waarom ik niet dieper inga op de gedachten en gevoelens van de jongens en meisjes, waarom ik geen tegenwicht bied of nuance aanbreng.
In Meeuwen schrijf ik precies wat ik zag en voelde — niets meer, niets minder. Ik schilder geen innerlijke werelden die ik niet heb mogen aanschouwen, vul geen gedachten of emoties in die alleen in mijn verbeelding bestaan. Dat zou de rauwe werkelijkheid verzachten, een vergoelijkend sausje toevoegen waar die niet hoort.
Het verhaal is geen psychologisch portret, geen evenwichtige weergave van “goede” en “slechte” jongens. Het is een momentopname, scherp en ongemakkelijk, van hoe macht en intimidatie zich in dat ene ogenblik manifesteerden.
Ik ben geen ambassadeur van een bevolkingsgroep, maar een getuige van een ongemakkelijke waarheid die verteld moet worden zoals ze is — zonder verzachting, zonder ontsnappingsluiken, zonder illusies.
Zoals gewoonlijk heb je degelijk onderzoek gedaan en schrijf je magnetiserend. Mijn ogen vlogen over je verhaal heen in steeds groter wordende verontwaardiging en een hartgrondige gvd. Voor meisjes en vrouwen: met fluisteren bereik je niks. Schreeuwen als een speenvarken, ook al wordt er alleen nog maar dreigend gesproken. Dat is al een goede reden om wat telefooncamera’s aan te zetten. Niet om jou te helpen, maar uit sensatiebelustheid. En dan maar hopen dat mensen zich ermee gaan bemoeien, want dreigen met vreemd publiek erbij vinden ze dan weer niet chill om te doen.