
Uit de serie BLIJE TEIJE:
UTREG!
Papa trekt hem dicht tegen zich aan als de scooter de bocht neemt. Teije heeft zijn armen stevig om hem heen. Overal zijn rood-witte sjaals.
‘Als je zusje een hele wedstrijd op tv uitkijkt, mag ze mee,’ zegt papa. ‘Maar voorlopig gaan we samen. Teije grinnikt. Noortje kan toch nooit stilzitten.
Bij Galgenwaard parkeert papa de scooter. Hij doet er een dikke ketting omheen. De trappen zijn vol met mensen, trommels, fluiten, geroep. Kinderen zitten op de schouders van mannen in rood-witte shirts. Het ruikt naar patat en bier. Iemand blaast hard op een toeter. Teije houdt zijn handen voor zijn oren. Papa kijkt anders dan anders, hij lijkt wel een beetje zenuwachtig.
‘Broodje bal?’ vraagt papa.
Teije knikt. De man schept de bal uit een grote bak saus. Het broodje is lekker warm in zijn handen. De jus loopt langs zijn vingers. Papa koopt ook Fristie en bier.
Ze lopen naar hun plek op de tribune. Iedereen zingt.
“We komen uit ’t hâtsie van ons Nederland,
Geen vliegveld of ’n haven moar gewoan de ouwe grâch.
Zondag is ons dâggie, spelen goed of slecht,
Dat kan ons niet boeien. Wij zijn trots op Utreg.”
Rode rook zweeft boven de tribune. Scherp. Teije moet hoesten. En het stinkt, maar hij vindt het prachtig.
Ze gaan de trap op. Meer mensen. Nog meer rood. Dan ziet hij het veld. Zo groen dat hij even zijn ogen dichtknijpt. Tienduizenden stoelen. Hij slikt. Veel meer dan op televisie.
‘Mooi hè?’ zegt papa.
Teije knikt.
De spelers komen uit de tunnel. Het borrelt in zijn buik. Hij kan echt niet meer stilstaan nu.
Heel even is het stil. De scheidsrechter fluit. De bal rolt, voeten stampen, geroep, fluiten, geschreeuw. Teije schrikt als een man vlak voor hem een enorme sprong maakt, een dikke meneer die bijna het dak raakt. Hij moet erom lachen. Voor hem zwaait iemand met sjaal. Zijn broodje wordt bijna geraakt. Hij neemt snel een grote hap. Hij wil geen jus op zijn mooie nieuwe uit-shirt.
‘Sleuren, Utrecht!’ roept iemand achter hem. Hij weet niet zo goed wat dat betekent.
Goal!! 1–0 voor Utrecht. Trommels, geschreeuw, stampende voeten. Teije kijkt naar papa, die lacht breed en geeft hem een duwtje tegen zijn schouder. ‘Kijk maar naar het scherm,’ zegt hij. ‘Dan zie je het doelpunt nog een keer.’ Hij wijst in de verte. Teije durft niet te zeggen dat hij de eerste keer niet goed had opgelet.
Mannen houden sjaals hoog en zingen:
“We komen uit ’t hâtsie van ons Nederland,
Geen vliegveld of ’n haven moar gewoan de ouwe grâch.”
Het lied gaat steeds maar door.
‘Papa, wat is een ouwe grâch?’ vraagt hij, maar papa hoort hem niet.
Voor rust valt er nog een goal. 2–0. Harder gejuich. Teije kijkt naar het veld: alle spelers sprinten, de wisselspelers knielen, armen in lucht. De coach schudt zijn vuist.
Tweede helft. De bal rolt alweer, voeten stampen, geroep, fluiten, gezang. Heel hard ‘Oeiiiiii’ als de bal net naast gaat. Ook papa roept wat, maar Teije kan hem niet verstaan.
3–0! Het rookt nog steeds rode rook. Teije voelt zijn benen trillen. Dan nog een doelpunt. 4-0! Het lijkt wel of het stadion beweegt. Er gaat een vuurpijl omhoog. Grote mannen pakken elkaar vast. Papa schreeuwt, zwaait, juicht, tilt Teije hoog in de lucht. Samen zingen ze mee.
“Zondag is ons dâggie, spelen goed of slecht,
Dat kan ons niet boeie. Wij zijn trots op Utreg”
Teije kijkt naar de overkant. Die hebben ook rood-witte shirts, maar daar zijn ze boos. Hij kijkt gauw weer naar het veld
Dan fluit de scheids. De wedstrijd is voorbij. Ze lopen allemaal naar buiten. Zo veel mensen. Gelukkig tilt papa hem weer op. Papa’s vrienden lachen en geven elkaar een boks.
Aan de andere kant van het hek ziet hij een jongetje. Hij heeft ook een rood/wit shirt aan, maar op die van hem staat een mannetje met een helm. Hij huilt. Zijn vader pakt zijn hand en trekt hem mee. Hij kijkt boos. Teije vindt het wel een beetje zielig voor hem. Maar dat vergeet hij alweer snel.
In het stadion passen wel honderdduizend mensen, denkt Teije. En die maken heel veel herrie. Nu nog meer dan anders. Want Utrecht heeft gewonnen. Het borrelt blij in zijn buik.
Papa start de scooter. Hij gaat zitten.‘We hebben gewonnen!’ roept hij. Hij grijpt Teije vast en slingert hem achterop. Hij lacht hard.
Teije heeft hem nog nooit zo blij gezien.