
Wachtend op nieuws van ‘De Verteller’ open ik Facebook. Het eerste wat ik zie, is de juichende post van Sanne Lagenbos. Zij heeft gewonnen.
‘Dit verhaal had net dat tikkie meer,’ had een van de juryleden eronder geschreven. Mijn kaken spannen. Ik had wekenlang aan mijn verhaal gewerkt, elke komma bevochten. Het heeft niet mogen baten.
Ik staar naar het scherm. De felicitaties stromen binnen. Maar er komt geen enkele reactie op mijn vraag of de selectie voor de wedstrijdbundel al bekend is.
‘Stom,’ fluister ik. ‘Zo jaloers. Ik had haar natuurlijk eerst moeten feliciteren.’ Met één klik haal ik mijn woorden weer weg.
Toen ik Sanne vorige week op Facebook liet weten dat ik haar nieuwe boek had ontvangen, vroeg ze of ik ook voor ‘De Verteller’ een verhaal had ingestuurd. Ik antwoordde dat ik inderdaad had meegedaan.
‘Maar of ik een kans maak,’ had ze er quasi-bescheiden aan toegevoegd, ‘dát blijft de vraag.’
Onder deze openbare post voelde ik me verplicht vriendelijk te reageren. ‘Natuurlijk ben je goed genoeg. Je bent de meester, toch? Dat las ik net nog op de achterflap.’
Ik denk aan die prijsuitreiking, jaren geleden. Het was van net zo’n prestigieuze wedstrijd als‘De Verteller’. Ook toen had Sanne gewonnen. Net als ik doet zij graag mee aan schrijfwedstrijden waaraan behalve de eer ook een bundel met winnende verhalen verbonden is. Sanne zegt dat die bundels van haar op een hoek van haar bureau liggen. Maar dat lijkt me sterk. Dan zou er nauwelijks nog ruimte over zijn om haar laptop neer te zetten. Mijn trofeeën staan pontificaal op een speciale plank in de woonkamer.
Iemand had geroepen dat Sanne de ‘Meesteres van de Suggestie’ was. Mijn schrijfvrienden Petra en Robertina protesteerden direct. Ze wezen erop dat collega’s die titel eerder aan mij hadden toegekend. ‘Meesteres?’ had Sanne grinnikend geantwoord. ‘Nou Frank, die titel mag je hebben, hoor. Ik stop mijn zweepje wel weer terug in het vet.’
Iedereen lachte. Nel misschien wel het hardst. Robertina had gezwegen en haar smalle lippen stijf op elkaar gedrukt, zoals ze altijd doet als iets haar niet zint.
Maar Sanne pikte de titel alsnog in. Sinds die dag had ze ‘Meester van de Suggestie’ op de achterkant van all haar boeken laten drukken.
Ik sla de bundel open. Ze had er bij de presentatie iets voor me ingeschreven.
‘Lieve Frank, zonder jou was deze bundel er nooit gekomen. Dank je wel. Liefs, Sanne.’
Wie bedankt er nou een rivaal? Die huichelaarster bedoelde natuurlijk: ‘Bedankt dat je me zo haat, dat motiveerde enorm.’
Mijn blik glijdt naar de inhoudsopgave. Ik herken een paar prijswinnende titles. Bijna onderaan staat: ‘Schimmen’. Mijn adem stokt. Dat is dezelfde titel als het verhaal waarmee ze vandaag ‘De Verteller’ heeft gewonnen.
Snel blader ik naar de pagina.
Tegen mijn zin moet ik erkennen dat het goed is. Die recensent die Sanne laatst tot ‘Grootmeester’ had gepromoveerd zal wel weer in extase zijn. Wij zijn de achterblijvers; Sanne loopt uit. Nijdig gooi ik het boek aan de kant en beeldbel Robertina.
‘Het winnende verhaal staat in haar bundel. Ik heb de voorwaarden erop nagekeken. Publiceren voor de sluitingsdatum is niet toegestaan.’ Mijn stem klinkt schor. ‘Sanne heeft vals gespeeld.’
Robertina kijkt zorgelijk. ‘Frank… dat moet je melden.’ Haar ogen schieten naar links, naar iets buiten beeld.
‘Wacht, Petra is hier.’
Het geluid wordt hol, dan hoor ik haar stem. ‘Vertel het me maar.’ Haar toon doet denken aan een schooljuf die een dom jongetje overhoort.
Ik herhaal het, krab de eczeemplekken in mijn hals.
Dan vult haar stem de kamer, traag en nadrukkelijk. ‘Ze zuigt systematisch alle erkenning naar zich toe.’ Dan, zachter: ‘Blijven wij toekijken?’
‘Maar het verhaal… het is wel goed,’ pers ik eruit, bijna verontschuldigend.
Haar lach is kort en scherp. ‘Frank, luister. Sanne is, in de kern, een middelmatig talent. Een kei in zelfpromotie, dat geef ik haar. Maar haar werk? Het is technisch adequate, zielloze vertelkunst. Tot nu toe. Dit winnende verhaal is anders. Het is goed.’
Het woord ‘middelmatig’ treft me als een mokerslag. Het is het ergste wat je een schrijver kunt noemen. Slecht kan nog passie hebben. Middelmatig is onvergeeflijk. En het venijnige is: een klein, duister deel van mij geeft haar gelijk.
In het grote scherm wringt Robertina haar handen. ‘Als zij ermee wegkomt…’
‘…is vanaf nu iedere wedstrijd een farce,’ valt Petra haar in de rede. Haar stem komt dichterbij. Plots schuift ze aan, haar hoofd vult de helft van het scherm. ‘Dit raakt ons allemaal.’
Haar blik gaat door me heen. Gericht op een groter geheel, vraag ik me af. Of vooral op haar kansen op de overwinning?
’Jij ziet het, Frank’, zegt Robertina. ‘Jij bent de waakhond.’
‘Denk je dat echt?’ Mijn stem slaat over.
Petra en Robertina wisselen een snelle, betekenisvolle blik.
Petra’s schouders, nu half in beeld, gaan kort omhoog. ‘Het gaat om de geest van de wedstrijd.’
‘Breng het als een vraag,’ zegt Robertina snel. Ze kijkt niet naar mij, maar naar Nels profiel in hun gedeelde scherm. ‘Alsof je twijfelt.’
‘Precies.’ Petra’s ogen, nu recht in de camera, lijken groter dan ooit. ‘Het is een aanval op ons schrijversgilde.’
Ik zie ze daar, zij aan zij in het grote kader: de strateeg en haar echo.
In het kleine vakje eronder zie ik mijn eigen, geïsoleerde gezicht. Het knikt.
Als het scherm zwart wordt, open ik mijn mail. Mijn vingers zweven boven het toetsenbord. ‘Het is me eerder al gelukt’, spreek ik mezelf moed in. Sanne had eerder een grote prijs gewonnen, tot Petra – op mijn aandringen – meldde dat het verhaal al even op Sanne’s site had gestaan. Ze trok zich terug.
Ik betuigde natuurlijk mijn medeleven en kreeg in haar plaats de trofee mee naar huis.
Die heeft maar kort op de schouw gestaan voordat ik hem in een la stopte. Ik hield hem wel eens vast, als ik aan mijn kwaliteiten twijfelde, maar echt helpen deed het niet. En Sannes felicitatie – zo hartelijk, zo gemeend – heeft me wekenlang achtervolgd.
Maar dit keer is anders. Petra en Robertina vinden immers ook dat ik dit niet kan negeren. Ik zucht diep.
‘Geachte bestuursleden, het is mij ter ore gekomen dat…’
Nee, te zwak. Delete.
‘Ik moet u helaas informeren over een ernstige regelovertreding…’
Die nacht lig ik wakker. Mijn huid jeukt. Ik denk aan Sannes vriendelijke woorden in het boek. Haar glimlach bij de presentatie. Heel even realiseer ik me hoe vreselijk dit wachten voor haar moet zijn. Nadenkend staar ik naar het plafond.
Want zelfs als Sanne gediskwalificeerd wordt, betekent dat niet dat een van óns de winnaar is, realiseer ik me. Er is geen ranking bekendgemaakt. Ik kan net zo goed als tiende geëindigd zijn. Of niet eens een plek in de wedstrijdbundel hebben veroverd. Met een jury weet je het nooit.
‘Het gaat om het principe,’ fluister ik in het donker. ‘Om rechtvaardigheid.’Ik gooi me op mijn andere zij.
Drie dagen lang check ik voortdurend mijn mail. Elke keer die valse hope, dat bonken in mijn keel.
’s Nachts word ik wakker, grijp naar mijn telefoon. Doorzoek zelfs de spam. Niets. Overdag probeer ik te schrijven. Tevergeefs.
Het krabben wordt erger. Schilfers op mijn kleren, mijn bureau, mijn laptop.
Dan klinkt eindelijk de ‘ping’. Mijn hart staat stil. Met trillende vingers klik ik het aan.
‘Geachte heer Gijzelhart,
We hebben de feiten getoetst aan de letter van de wet. Het winnende verhaal is gepubliceerd ná de sluitingsdatum van onze schrijfwedstrijd.
Na raadpleging van een jurist is gebleken dat er geen sprake is van een overtreding van de wedstrijdvoorwaarden. Uw aantijging is derhalve verworpen. De uitslag blijft ongewijzigd.’
‘Jurist,’ fluister ik. ‘Verworpen.’ Ik heb het gevoel dat de grond onder me wegzakt.
‘Ach, Frank,’ zegt Robertina als ik haar bel. ‘Laat het los.’
‘Wát zeg je?’ Ik geloof mijn oren niet.
‘Het is het niet waard om je reputatie op het spel te zetten voor een formaliteit.’ Ze aarzelt. ‘Of die van ons.’ Haar stem wordt scherper. ‘Je hebt onze namen toch niet genoemd?’
Geschokt door haar opportunisme beëindig ik ons gesprek. Verontwaardiging smeult onder mijn huid.
Ontzet app ik Petra.
‘Tja, beste Frank,’ zegt ze. ‘De letter van de wet. Het is jammer.’ Ze laat een stilte vallen. ‘Je begrijpt dat dit… gevoelig ligt? In bepaalde kringen?’
‘Je bedoelt?’
‘Je had het natuurlijk beter anoniem kunnen melden.’
Maagzuur brandt. In één klap besef ik dat de ‘geest van de wedstrijd’ waar ze het eerder over had, nog maar weinig waard blijkt te zijn.
Later die week arriveert een dikke crèmekleurige envelop, mijn naam in kalligrafie.
‘U bent van harte uitgenodigd voor de feestelijke uitreiking. Uw verhaal is geselecteerd.’
Mijn hart maakt een sprongetje.|
Ondanks mijn besluit die twee schijtlijsters links te laten liggen, bel ik Robertina.
‘Heb je ook je uitnodiging al binnen?’
‘Waarvoor?’ Haar ijzige stem jaagt me schrik aan. Zit ons laatste gesprek haar nog dwars?
‘Uh … De feestelijke uitreiking van ‘De Verteller’?’
Het blijft stil.
Jullie verhalen komen toch ook in de wedstrijdbundel?’
‘Nee, Frank. Ik heb niets ingestuurd. Dat weet je toch? Mijn verhaal was niet op tijd klaar.’
‘Niet klaar?’ Mijn stem schiet omhoog. ‘Maar jullie zeiden…’
‘Dat zal je dan verkeerd begrepen hebben,’ zegt ze bits en verbreekt de verbinding.
Ik hap naar adem. Wat een leugenaarster.
Een paar dagen later zie ik op Facebook een AI-gegenereerde afbeelding van drie karikaturale biggetjes.
Een dikkertje met oranje krullen, een bleke met een fluwelen hoogleraarsbaret op haar kop en eentje die de indruk wekt oogcontact liever te mijden. Met een eigenaardige oogopslag loert het mannetje door de kieren van hun naargeestige huisje naar een zonnebadende wolvin. Hij krabt zijn dikke nek.
Sanne meldt dat het haar – na het zenuwslopende avontuur van ‘De Verteller’ – weken kostte om een nieuw verhaal te schrijven zonder haar pen diep in het vergif te dopen. Ze weet nu wie welke streken uithaalde en wanneer.
’Het is eindelijk klaar. Ik twijfel alleen nog over de titel. ‘Huisje van stro’? Of ‘Varkensmest’? Misschien wel ’Schimmenspel’? Of ga ik simpelweg voor ‘De Slachtbank’?’
Onbeheerst krab ik mijn hals. Dit is geen toeval. Kijk die titels eens! Ik huiver.
’Het nieuwe verhaal blijft trouwens nog even ‘op de plank,’ schrijft Sanne verder. ‘De waarheid is geduldig. Ze bepaalt zelf wanneer de tijd rijp is.’
Het kan gewoon niet anders of Sanne weet het. Van mijn mail, van Robertina, van Petra. Zal ze echt in een sprookje ons verraad onthullen?
Ik kijk opnieuw naar de bespottelijke varkentjes, de ontspannen wolvin. Beseffend dat we nu tot angstige biggetjes in een huisje van stro zijn gereduceerd, draait mijn maag zich om. De gal in mijn mond brandt als vergif.
Op de avond van de uitreiking kijk ik telkens weer naar de uitnodiging. Ik wil ernaartoe. Ik wil het zien, mijn verhaal in de bundel, het bewijs van al dat werk. Met nerveuze vingers pak ik het doosje maagzuurremmers.
Ik kan die zaal toch niet binnenlopen, vol met mensen die óf weten van de klacht, óf deze nieuwe, dreigende post van Sanne hebben gelezen? Of allebei? Mijn aanwezigheid zou niets meer zijn dan de proloog van mijn eigen executie.
Ik app Petra. ‘Ga jij naar de prijsuitreiking?’ vraag ik. ‘Jij staat toch ook in de bundel?’
‘Ja, maar geen zin,’ schrijft ze terug. Verder niets. Terwijl ze altijd alles afloopt. In gedachten verzonken zak ik achterover in mijn stoel.
De waarheid is geduldig, had ze gezegd. Sanne heeft geen zweepje nodig. Ze gebruikt alleen haar pen. En via mij gaven die twee secreten haar de giftige inkt. Wankelend kom ik overeind. Ongelooflijk, wat ben ik in haar val gelopen. Natuurlijk had ik vanavond moeten gaan. Natuurlijk had ik haar hartelijk moeten feliciteren. De afwezigheid van mijzelf en Petra is het enige dat ze nodig had. Het maakt haar dreigement volstrekt geloofwaardig.
Het besef daalt langzaam in. Terwijl zij in het volle licht haar triomf viert, verstoppen wij ons thuis, ook zonder haar verhaal zijn wij onze eigen schimmen.
Ik open Facebook en zie een foto van Sanne op het podium, een groot boeket in haar armen. Ze straalt. Bij de reacties staat: ‘Van harte! Op karakter gewonnen,’ gevolgd door een emoji van een applaudisserend poppetje.
Lange tijd kijk ik naar Robertina’s naam, haar laffe buiging voor de winnaar, die klappende handjes. Als ik daaronder Petra de ‘Meesteres van de Suggestie’ zie feliciteren, sluit ik met een zucht mijn laptop.
Mijn blik valt op de lege plek op de schouw. Ik krab mijn hals.