âWe beseffen vaak niet hoe rijk we wel zijn. Gezellig zo aan de koffie, hĂš? Lekker dat jullie de verwarming al zo stoken. Want wat is het guur buiten, hĂš? Ik heb hem alleen âs avonds even aan. Dat wilde meneer Martens, mijn man zaliger altijd zo. Hij kon zo mopperen over de gasrekening. En over de stroom. Nog zoân stokpaardje. Hij deed het liefst helemaal geen lampen aan. Hij was wat zuinig, mijn man zaliger. God hebbe zijn ziel. Ik snap het wel, ze hadden vroeger bij hem thuis geen nagel om hun kont te krabben. Zoân schemerlampje zal toch niet zoveel stroom kosten? Het staat zo gezellig als het zo somber is buiten.’
Ze giechelt: âNu doe ik het veel vaker aan, hoor.â

HET VOLLEDIGE PRIJSWINNENDE VERHAAL OVER MEVROUW MARTENS LEES JE IN KIEZELS
ISBNÂ 978 90 831808 8 5
BESTELLEN KANÂ HIER